Een blog van
02 | 10

Liever Relatie Optimalisatie

Geschreven door: Bart te Riele | 02 - 10 - 2014

Vanmorgen stapte ik voor het eerst sinds lange tijd weer in de bus. Normaal fiets ik naar het station, maar m’n fiets is nu écht te stuk om nog te gebruiken. En dus checkte ik in met m’n OV-chipkaart. Nu is dat stuk plastic al vaker en beter vervloekt dan ik ooit kan doen. Meestal om functionele redenen, privacy redenen of financiële redenen. Maar vanmorgen kwam daar een –voor mij nieuwe- reden bij: Een sociale reden. En later op de dag leerde ik daar nog een stuitend feitje over…

Je kent het wel: je stapt in de bus, doet ‘bliep’ met je kaart, mompelt nog iets naar de chauffeur (of niet) en loopt door. De chauffeur zit achter zijn stuur en mompelt iets terug. In het strippenkaart tijdperk groette je de chauffeur, hij draaide zich naar je toe, je had oogcontact. Jij vertelde waar je heen wilde, hij stempelde af. Je had een moment van interactie, een gesprekje, letterlijk naar elkaar gericht. Nu dat er niet meer is lijkt me dat voor een buschauffeur een behoorlijke verschraling van het werk.

En dat bleek
Toeval wil dat ik vanavond op een heel leuk nieuw evenement in Arnhem een medewerker sprak van het plaatselijke busbedrijf. Hij bevestigde het punt van verschraling en vertelde nog twee dingen:
1) de OV-chipkaart zorgt voor vlottere instapprocedures dan stempelen/kopen waardoor vertraging veel minder snel optreedt. (Als bij een drukke halte 15 man instappen waarbij het ouderwetse stempelen steeds 20 seconden duurt: you do the math…).
2) Het is geen nieuws meer als er een chauffeur wordt bespuugd

Wat betreft dat eerste punt: logisch
Ik begrijp dat Proces Optimalisatie belangrijk is. Zeker in logistieke dienstverlening. Dus ik begrijp ook dat vlotter instappen (dus minder vertragingen) ook in mijn voordeel is als reiziger. Maar de medewerker bevestigde dat het klantcontact voor veel chauffeurs een stuk minder is geworden.

Maar dat tweede punt: gatverdamme…
Er zijn nog steeds mensen die zich niet kunnen inhouden. En dan is pugen niet nieuwswaardig. Sterker, zelfs fysiek geweld is geen nieuws meer, daar moet de NS zelf aandacht aan geven. Zie deze campagne. Serieus, blijf met je handen (en spuug en beledigende teksten) af van mensen in een publieke functie. Simpel.

Toen kwam het gesprek weer terug bij de OV-chipkaart. Die zal niet de primaire oorzaak zijn van huftergedrag. Maar één ding weet ik zeker: het heeft er ook geen positieve invloed op. Proces Optimalisatie heeft de chauffeur ook ontdaan van interactie met de reiziger, zijn sociale rol. En dat maakt spugen makkelijker.

Terwijl technologie ook kan zorgen voor méér persoonlijk contact (Iedereen die wel eens heeft geskyped kan dat beamen). Ik opperde tegen de medewerker dat het misschien een idee was om in de bus de displays met routeinformatie ook gebruikt zouden worden om andere dingen weer te geven. Bijvoorbeeld ‘Vandaag rijdt voor u in lijn 5 Sjoerd, buschauffeur sinds 1997’. Dat was uiteraard geen goed idee. Maar ze zijn er wel, die goede oplossingen waarbij er niet alleen sprake is van Proces Optimalisatie maar ook van Relatie Optimalisatie. Dus daar ga ik eens over nadenken de komende tijd. Heb je zin om mee te denken, of nu meteen al een goed idee, laat het me weten: twitter.com/btriele. Die buschauffeurs verdienen het.

24 | 09

Dinosauriërs van de moderne tijd

Geschreven door: Bart te Riele | 24 - 09 - 2014

Een tijdje geleden verscheen op Tweakers.net een kort bericht over een nieuwe Mobiele Operator welke in 2015 in Nederland op de markt zal verschijnen. Het hele artikel vindt je hier, maar voor het gemak hieronder de managementsamenvatting in 4 simpele bullets:

  • Het belangrijkste punt: je kunt met deze operator gratis bellen.
    Het abonnement kost je niets. Nul euro per maand. Nada.
  • Je krijgt daarvoor 200 belminuten en SMSjes en 500mb data per maand.
  • Geen toestel: Sim Only.
  • In ruil voor deze deal krijg je wel advertenties voorgeschoteld.
    Hoe? Dat is nog niet helemaal duidelijk.

Mijn inschatting is, dit gaat falen. Heel hard. Het is een ‘broken business model’.
Daarvoor zijn drie redenen:

1) Verkeerde publiek
Als je dit abonnement bekijkt, dan betaal je voor grofweg hetzelfde pakket bij Telfort, Tmobile, Tele2 en al die anderen ruim een tientje per maand. Dat is niet heel veel geld, maar –eerlijk is eerlijk- voor sommige mensen ook niet heel weinig. Dus als je in de markt bent voor ‘geen geld uitgeven’ dan kan dit best een interessant product voor je zijn. Feitelijk wordt je abonnement betaald door de adverteerders. Maar die willen jou dan dus wel wat verkopen. Alleen hoe verkoop je iets aan mensen die primair geen geld hebben / willen uitgeven? Adverteerders kunnen via dit kanaal alleen precies het verkeerde publiek bereiken: mensen zonder geld. Dat is niet interessant voor ze.

2) ‘Eerste levensbehoefte’
Toen internet een massamedium begon te worden (eind jaren ’90) stonden er ook gratis Internet Service Providers op. Oftewel: gratis toegang tot internet in ruil voor –jawel- verplichte reclame in je mik. Zonnet was zo’n partij. Al die bedrijven bestaan al heel lang niet meer. Het bleek namelijk dat mensen hun internetverbinding zo belangrijk vonden dat ze er gráág voor wilden betalen. Zodat hij snel, betrouwbaar en reclamevrij was. Datzelfde geldt voor de mobiel: die wil je ongehinderd kunnen gebruiken. Want nog los van hoe ze het technisch precies willen oplossen om je reclame voor te schotelen, deze zal altijd ‘intrusive’ zijn. En je dus onderbreken in wat je eigenlijk wilde gaan doen met je telefoon.

3) Privacy
Dit laatste punt is simpel. Hier geldt het aloude principe van ‘If you don’t pay for the product, you are the product’. Gratis bellen wil zeggen dat het bedrijf iets anders verkoopt, aan iemand anders. Dus ze verkopen sowieso bereik (als adverteerder kan ik een groep mensen een bepaalde boodschap voorschotelen), maar waarschijnlijk ook inzicht: Wie van mijn potentiele klanten is wanneer in de buurt van mijn winkel? Welke mensen zijn ’s avonds laat nog actief? Wie staat er regelmatig in de file? Wie zoekt er op ‘voetschimmel verhelpen’ met zijn mobiele browser? Allemaal informatie die zeer waardevol is als je ultra-getarget mensen wilt benaderen. Maar privacy is iets wat een groeiende belangstelling geniet. Mensen realiseren zich steeds meer dat je er zuinig op moet zijn. En misschien is (een deel van) je privacy inleveren voor een paar gratis belminuten dan toch niet de beste deal.

Volgens mij is er echt wel ruimte voor vernieuwing en (business-) innovatie in de mobiele markt, maar dit is ‘m niet. Al met al doet het me inderdaad sterk denken aan de gratis Internet Service providers van 15 jaar geleden. En die zijn ook uitgestorven.

23 | 06

Koekjes bakken voor vrede; een interview met Bernie Glassman van The Greystone Bakery

Geschreven door: Kees Klomp | 23 - 06 - 2014

Ik heb niet veel helden. Maar Bernie Glassman is er onmiskenbaar één van. Ik heb al jarenlang grote bewondering voor de oprichter van de Greystone Bakery; een op boeddhistische beginselen gebaseerde bakkerij – en mijns inziens één van de meest betekenisvolle bedrijven ter wereld – in New York waar thuislozen werken. Dit interview verscheen eerder in Boeddhamagazine, dat me vroeg om Bernie Glassman te interviewen in het kader van het dertigjarige lustrum van de bakkerij en het tienjarige lustrum van het boek Zen in Actie dat Bernie Glassman over The Greystone Bakery schreef.

Terwijl ik me nestel achter een laptop op het kantoor van Boeddhamagazine in Rotterdam komt Bernie Glassman via Skype in beeld in Yonkers, New York. Het eerste wat me opvalt is dat hij oud oogt; een beetje broos zelfs. Glassman nadert de 80 en dat zie je ook. De broze indruk verandert echter onmiddellijk als Glassman zijn mond open doet. Met krachtige en vitale stem begint hij vol enthousiasme te vertellen over het succes van de Greystone Bakery:

‘Greystone is een schoolvoorbeeld geworden dat wordt bestudeerd op de universiteiten en hogescholen in Amerika. Yonkers was 30 jaar geleden een hele slechte wijk; de sociale problemen waren gigantisch. Drugs, Aids, geweld, armoede. Het was hier allemaal, en in gigantische proporties. Het had procentueel zelfs de meeste thuislozen van heel Amerika. Uit onderzoek is gebleken dat het daklozen-cijfer in Yonkers met 75% is gedaald. Terwijl het gemiddelde in andere Amerikaanse wijken en steden is gestegen. Dat is de verdienste van de Greystone Mandala (red: een verzameling door Glassman opgezette for-profit en not-for-profit organisaties in Yonkers, met de Greystone Bakery als warm kloppend hart) die op verschillende manieren bijdragen aan het bestrijden van sociale problemen aldaar. We zijn in de loop der jaren een reële factor van belang geworden.

Kun je die impact bedrijfsmatig kwantificeren voor de lezers?

‘In de eerste jaren had Greystone Bakery een omzet van minder dan 100.000 dollar per jaar. Dat was in de tijd dat de bakkerij diende als levensonderhoud voor onze zen-gemeenschap, en we primair ambachtelijk brood en cakes bakten. Er werkte toen slechts een handjevol mensen die dit vakmanschap beheersten. Toen we na een aantal jaren een deal maakten met Ben & Jerry’s – we werden de huisbakker van de brownies en cookies die zij in hun ijsjes gebruiken – schoot de omzet in één keer omhoog naar een kleine miljoen dollar per jaar. Dit was ook het moment waarop we overgingen op simpeler productiewerk en dak- en thuislozen in dienst konden nemen. Na de overname van Ben & Jerry’s door Unilever is hun business – en daarmee dus ook onze business – continu gestaag blijven groeien. We zitten nu op zo’n 15 miljoen dollar omzet per jaar en hebben continu meer dan 200 mensen in dienst in meer dan 15 bedrijven en organisaties’.

Dat klinkt alsof het bedrijf ingrijpend in veranderd…

‘Alles is veranderd. Maar tegelijkertijd is er ook niks veranderd. Greystone is qua omvang big business geworden en qua organisatie heel professioneel, maar de spirituele intenties en het daarbij horende intra persoonlijke en interpersoonlijke groeipad hebben daar niet onder geleden of aan kracht ingeboet. We nemen nog steeds dezelfde hulpbehoevende mensen aan op dezelfde manier als 25 jaar geleden. En we helpen de mensen nog steeds op dezelfde, spirituele wijze op weg uit hun benarde sociale situatie.

Vertel daar eens wat meer over…

Wij nemen sinds jaar en dag aan via open hiring. We doen geen antecedentenonderzoek en houden zelfs geen sollicitatiegesprekken. We weten van te voren al dat alle mensen die zich bij ons aanmelden kampen met serieuze sociale problemen. We brengen daar geen enkele categorisering of priorisering in aan. Ieder persoon en ieder probleem is even welkom. We werken daarom met het first come, first serve principe. Mensen melden zich aan en schrijven zich in. Als er werk is, is degene die boven aan de lijst staat aan de beurt. We zijn door ons succes ondertussen wel een dusdanig populaire werkgever in Yonkers geworden dat mensen graag bij ons willen werken, en er wachtlijsten zijn. We kunnen de mensen die op de wachtlijst terecht komen geen baan bieden, maar proberen ze wel te helpen; door ze een job training te bieden. Ze kunnen dan weliswaar niet op korte termijn bij ons terecht, maar kunnen ze in ieder geval een grotere kans even bij andere werkgevers’.

Jullie zijn natuurlijk zo’n populaire werkgever geworden omdat jullie aanpak werkt. Hoe gaat dat in zijn werk?

‘Wij werken met een programma wat mij het Pathmakers-programma noemen. Omdat we te maken hebben met een groep kwetsbare mensen, is het geen kwestie van alleen maar zorgen voor een opleiding, een baan en een inkomen. Er komt veel meer bij kijken. Iedere nieuwe werknemer krijgt daarom een tailormade pad aangeboden dat is gebaseerd op de 5 Boeddhafamilies. We vragen ze wat ze van ons nodig hebben. Wat willen ze qua werk bewerkstelligen? Wat qua educatie? En wat qua relaties? En tenslotte wat sociaal en spiritueel? Zo ontstaat er een holistisch plan van aanpak waarin we intensief en doelgericht met mensen aan de slag gaan en zij zichzelf en hun leven ten diepste en ten volste transformeren.

Maakt dit Greystone tot een – primair – spirituele onderneming in plaats van een sociale onderneming?

Absoluut. Greystone is geen conventionele sociale onderneming. Het is veel meer een spirituele onderneming. Het is zelfs een expliciet boeddhistische onderneming. Maar het mooie is dat het die signatuur helemaal niet meer nodig heeft. Toen ik er dertig jaar geleden mee begon was het heel nadrukkelijk het idee om een boeddhistisch bedrijf te beginnen. Ik had als zen-leraar in die tijd een belangrijk inzicht. Ik ervoer het lijden van de hongerige geesten, en kreeg een enorme behoefte om ze te bevrijden. Dat lijden vond niet zozeer plaats in de zendo, maar buiten in de maatschappij. In het normale leven. Daar wilde ik dan ook naar toe. Ik ging op zoek naar manieren en mogelijkheden om mijn boeddhistische beoefening van het meditatiekussen te verplaatsen naar de maatschappij. Ik wilde de maatschappelijke upayas vinden. Ik vond – en vind – de maatschappij een buitengewoon interessante plek omdat het zo echt is; daar gebeurt het leven heel direct. Greystone was in eerste instantie dus de belichaming van socially engaged buddhism. Het was letterlijk de plek waar ik alle 5 de boeddhafamilies op één geografische locatie kon verenigen. Ik heb me de eerste jaren intensief bezig gehouden met de bakkerij. Later heb ik jarenlang bewust afstand genomen. Ik vond dat de medewerkers en directie hun eigen stempel op het bedrijf moesten kunnen drukken. Sinds kort werk ik er na een intermezzo van meer dan 15 jaar weer één keer per maand. Ik werk als vrijwilliger in de bakkerij, ondersteun de Pathmakers en ben een klankboord voor de directie Ik beleefde op één van die werkdagen onlangs een memorabel moment. We vierden Mandala Day. Alle medewerkers van alle bedrijfjes en organisaties binnen de Greystone Mandala waren bij elkaar, om met elkaar ervaringen uit te wisselen, en de woorden te vinden die de cultuur van Greystone het best beschrijven. Het was prachtig om te zien tot welke bewoordingen de nieuwe generatie Greystone’ers kwamen. Mensen noemden spontaan wederzijdse afhankelijkheid, liefdevolle vriendelijkheid, openheid, dienstbaarheid en generositeit. Prachtig toch? Het zijn exact dezelfde boeddhistische beginselen die ik 30 jaar geleden – bewust – in het bedrijf heb gestopt. En dat terwijl er nu geen of nog nauwelijks boeddhisten werken bij de Greystone Bakery. Het manifesteert zich vanzelf’.

Hoe ziet de toekomst van Greystone eruit?

Goed. We groeien gestaag verder. We werken ondertussen goed samen met Unilever. Ze supporten de sociale missie van Ben & Jerry’s en van Greystone. Dat opent nieuwe deuren en dimensies voor ons. Greystone begint aan een super spannend nieuw hoofdstuk. We zijn in een vergevorderd stadium om het Greystone-model te gaan exporteren naar andere plekken in de wereld. De eerste plek waar we dat willen doen is Israël, in een stad op de grens van de Westbank. De stad kent een ongeveer gelijkmatige verdeling van joden en moslims, en wordt doorklieft door de muur die de Israëli’s daar neer hebben gezet. Het is een uiterst disfunctionele en destructieve samenleving. Wij willen letterlijk bij die muur een nieuwe Greystone Bakery beginnen waar joden en moslims samen gaan werken – onder leiding van een vrouwelijke moslim CEO -in de hoop en verwachting dat goed samenwerken een gunstige invloed heeft op samen leven. Deze bakkerij gaat dan brownies en cookies bakken voor Ben & Jerry’s in Europa; hetgeen voor Unilever gunstig is wat transport en supply chain management betreft. Maar voor ons geldt: we gaan koekjes bakken voor vrede!

Ik weet uit eigen ervaring dat er veel – vooral jonge – mensen zijn, die op spirituele wijze willen ondernemen. Heeft u – gebaseerd op uw ervaring met de Greystone Bakery – tips voor deze mensen?

Ik ben sinds jaar en dag onderdeel van het Social Venture Network (red: een internationaal netwerk van sociale ondernemingen). Ik zie daar onmiskenbaar dat sociaal ondernemerschap in opkomst is. Ik hoor veel positieve geluiden bij jonge mensen. Er waait duidelijk een andere wind dan 30 jaar geleden. Dat is goed nieuws. Maar ik heb twee kanttekeningen; ik zie ten eerste dat het sociale ondernemerschap vooralsnog beperkt blijft tot relatief kleine ondernemingen. De grote multinationals praten wel mee, maar doen niet mee; terwijl ze natuurlijk wel een enorme macht vertegenwoordigen. Ten tweede zie ik dat veel initiatieven tot sociale initiatieven beperkt blijven. Sociaal is goed, begrijp me niet verkeerd, maar het heeft een spirituele dimensie nodig om mensen echt te transformeren. Anders blijft het bij helpen. En helpen wordt wat mij betreft nooit self-sufficient. Ik raad mensen daarom aan om te werken via de 3 principes die wij bij de Zen Peacekeepers hanteren: diep luisteren, getuige zijn en liefedevolle actie. Begin altijd met diep luisteren. Met open vizier. Verdiep je zonder vooropgezet plan en/of mening in het lijden. Alleen zo kun je het lijden echt zien. Alleen zo kun je ontdekken waar behoefte aan is, en welke dienst je kunt vervullen. Zo zag ik, pas toen ik in Yonkers was, het thuislozenprobleem. Met mijn eigen ogen. En wilde ik daar wat aan doen. De vraag die dan vervolgens opkomt is: wat ga ik dan doen? Die vraag kun je beantwoorden door de volgende stap te zetten: het getuige zijn van het lijden. Wordt er één mee. Zoals je wellicht wel weet ben ik tussen de thuislozen in New York gaan leven. Ik wilde hun lijden eigenhandig ervaren. Ik wilde me in hun leven kunnen verplaatsen. Het is de ultieme manier om kennis te vergaren. In mijn geval ontvouwde zich zo het plan voor Greystone. Ik heb van te voren nooit het idee gehad om een bakkerij te beginnen. Het diende zich aan. Ik kon uit eigen ervaring opmaken wat wel en wat niet zou werken. Tenslotte ga je over tot liefdevolle actie. Je zet je intenties om in dienende daden. Je doet wat er nodig is om mensen en hun lijden te transformeren. En als je dan aan de slag gaat, moet je je elke dag bewust blijven van de zes rijken. Je zult ze elke dag tegenkomen. Dat hebben wij bij Greystone ook ervaren. Toen we Ben & Jerry als klant kregen, waren we in het hemelse rijk aangekomen. Het was een droomcontract met een pracht bedrijf, die ons in staat stelde enorme hoeveelheden koekjes te produceren en dus veel mensen aan het werk te zetten. Het betekende echter ook dat we in korte tijd enorm moesten groeien. Waarmee we binnen de kortste keren in de hel belandden. Die was er letterlijk tegelijkertijd. We hadden weliswaar een grote opdracht, maar nog niet de faciliteiten en/of de skills om dit waar te maken. We hadden machines, mensen, recepten en ingrediënten nodig. De bank leende ons geld, en we gingen aan de slag. We stopten tijd, geld en energie in research & development, maar het lukte ons maar niet om goede koekjes te maken. Ben & Jerry’s begonnen te morren. En daarmee ook de bank. Die wilde hun geld terug, maar we hadden nog geen inkomsten. We zijn letterlijk toen langs de afgerond gegaan. Heel nederig makend. De kunst is alle omstandigheden gelijkmoedig te ontvangen; als je in de hel bent kan het alleen maar beter gaan. En als je in de hemel bent, kan het alleen maar slechter gaan.

02 | 06

Geluk

Geschreven door: Kees Klomp | 02 - 06 - 2014

De Betekeniseconomie is een welzijnseconomie. Dit betekent dat de primaire behoefte die waarde-uitwisseling stuurt welzijn is; mensen willen door middel van productie en consumptie meer welzijn ervaren. Mensen willen gelukkiger worden, en waarderen wat aan geluk-progressie bijdraagt. Het is in dit kader belangrijk om het begrip geluk nader onder de loep te nemen.

Geluk is zonder enige twijfel het meest besproken en bediscussieerde onderwerp ter wereld. En dat al zolang de mensheid bestaat. Logisch ook; geluk is immers de meest universele menselijke behoefte. Geluk is de ultieme drijfveer van de mensheid. Geen zoektocht is groter en belangrijker dan de zoektocht naar geluk. Alles wat wij mensen deden en doen wordt – bewust of onbewust – gedreven door de wens om geluk te vinden.

Geluk

Alhoewel er vele verschillende interpretaties en/of definities van geluk zijn, hebben de meeste interpretaties en/of definities gemeen dat geluk wordt gezien als een ervaring van levenstevredenheid. Mensen ervaren tevredenheid over het/hun leven als ze gelukkig zijn; het is een positieve gemoedstoestand.

De 2 dimensies en 5 niveaus van geluk

Om geluk inhoudelijk nader te nuanceren, moeten we de volgende gewetensvraag stellen en beantwoorden: waar is de levenstevredenheid van mensen op gebaseerd? Of dezelfde vraag anders gesteld: waarom ervaren mensen levenstevredenheid? Het antwoord op die gewetensvraag levert een geïntegreerd geheel op met 2 verschillende geluk-dimensies (het voorwaardelijke geluk of welzijn en het onvoorwaardelijke geluk of welzijn) en 5 geluk-niveaus (pleasure, prestige, passion, purpose & prudence).

Het principe dat hierbij geldt is: hoe hoger het geluk-niveau dat mensen beleven, hoe fundamenteler, intensiever en duurzamer die geluk-beleving of levenstevredenheid is. Laten we die 2 dimensies en 5 niveaus van geluk eens nader onder de loep nemen…

Voorwaardelijk geluk

Het belangrijkste kenmerk van voorwaardelijk geluk is dat deze extern van aard is. Het gaat om aspecten in de buitenwereld van mensen die een gunstige invloed hebben op de beleving en waardering van hun leven. Mensen ervaren levenstevredenheid omdat het leven hen – op een bepaald moment – gunstig gezind is. Voorwaardelijk geluk bestaat bij gratie van constructieve omstandigheden.

Kernwoorden: extern, omstandigheden, afhankelijk

Onvoorwaardelijk geluk

Het belangrijkste kenmerk van onvoorwaardelijk geluk is dat deze intern van aard is. Het gaat om aspecten in de binnenwereld van mensen die een gunstige invloed hebben op de beleving en waardering van hun leven. Mensen ervaren levenstevredenheid omdat zij zich onthecht hebben van constructieve, externe omstandigheden. Ze gaan – volledig – op in het leven zoals dit zich aandient. Onvoorwaardelijk geluk bestaat bij gratie van constructieve vaardigheden.

Kernwoorden: intern, vaardigheden, onafhankelijk

Pleasure

Het meest basale en 100% externe, voorwaardelijke en dus afhankelijke geluk-niveau is dat van plezier; genot. Plezier bestaat 100% bij gratie van omstandigheden. Plezier is de positieve prikkel, de reactie die ontstaat na een gunstige gebeurtenis. Plezier voelt goed. Het stemt mensen tevreden met het/hun leven. Daarom proberen mensen zoveel mogelijk gunstige gebeurtenissen te creëren in hun leven en een plezierig leven te leiden. Zolang mensen plezier beleven, voelen zij zich gelukkig en zijn ze tevreden over hun/het leven. Er is op zich niks mis met plezier; het probleem is alleen dat het allesbehalve bestendig is. Plezier is hyper-vluchtig. Het ene moment is het er; het andere moment is het verdwenen. Er gebeuren – onvermijdelijk – ook heel veel onplezierige dingen in een mensenleven. Pijn – het tegenovergestelde van plezier – is een onvermijdelijk onderdeel van het leven. Het is onmogelijk om alleen maar gunstige gebeurtenissen te beleven. Er zijn even zo vele ongunstige momenten in een mensenleven. Mensen die hun geluk te nadrukkelijk zoeken in plezier, ervaren ongeluk op het moment dat ze met pijn geconfronteerd worden. En zoeken hun heil daarom (vanzelf) hogerop in de geluk-piramide.

Essentie van de geluks-ervaring: Ik heb een plezierig leven

Prestige

Prestige is het 2e niveau van geluk-beleving. Mensen ontlenen hun geluk-beleving aan succes. Het principe is: een prestigieus gelukkig leven is een succesvol leven. Bij prestige-geluk ervaren mensen tevredenheid omdat ze geslaagd zijn. Het is de externe impuls – maatschappelijke status – die mensen een goed gevoel over zichzelf geeft. Prestige bestaat bij gratie van waardering, erkenning, bewondering. Prestige draait om individuele verheffing; om iemand zijn. Ook prestige is slechts beperkt bestendig. Het is onmogelijk om altijd maatschappelijk succesvol te zijn. Sterker nog; succes is de uitzondering die de regel bevestigt. De – onvermijdelijke – keerzijde van succes heet falen. En falen is veel gewoner, iets wat veel vaker voorkomend is dan succes. Succes is lang niet voor iedereen weggelegd. Falen is een onvermijdelijk onderdeel van een mensenleven. Het is onmogelijk om alleen maar geslaagde gebeurtenissen te beleven. Succes valt slechts beperkt te manipuleren. Mensen die hun geluk te nadrukkelijk zoeken in prestige, ervaren ongeluk op het moment dat ze met mislukking of falen geconfronteerd worden. En zoeken hun heil daarom (vanzelf) hogerop in de geluk-piramide.

Essentie van geluks-ervaring: Ik heb een geslaagd leven

Passion

Passie is het 3e niveau van geluk-beleving. Passie is voor 50% extern, voorwaardelijke en afhankelijke, en voor 50% intern, onvoorwaardelijke en onafhankelijk. Passie ontstaat wanneer de externe omstandigheden waarin mensen verkeren, maximaal congrueren met de interne kwaliteiten en capaciteiten waarover mensen beschikken. Op deze momenten ervaren mensen een mix van bezieling en beheersing; ook wel flow genoemd. Doen wat je goed kunt en graag wilt veroorzaakt levensvreugde en geeft mensen positieve energie. Wanneer activiteit & vaardigheid volledig in evenwicht zijn, gaan mensen ook volledig op in wat zij doen. Ook passie heeft echter een belangrijke keerzijde. Het is onmogelijk om volledig gepassioneerd te leven. Er zijn vele momenten in een mensenleven waarop we onze passie niet helemaal kwijt kunnen. Flow is niet voor niets een uiterst schaars goed. Mensen die hun geluk te nadrukkelijk zoeken in passie, ervaren daarom onvermijdelijk ook veelvuldig het tegenovergestelde van passie op momenten dat de begeestering ontbreekt: aversie. Aversie is een vorm van levensontevredenheid; het stemt ongelukkig. En dus zoeken mensen hun heil (vanzelf) hogerop in de geluk-piramide.

Essentie van geluks-ervaring: Ik heb een goed leven

Purpose

Bij purpose-gedreven geluk spelen het externe, voorwaardelijke en afhankelijke nog slechts een kleine – doch cruciale – rol. Purpose-geluk draait namelijk om – iets – betekenen, en mensen kunnen alleen van betekenis zijn in relatie tot een ander. Mensen hebben een extern subject of object nodig om intern geluk te bewerkstelligen. Het bevredigen van de gelukbehoefte van de ander creeërt de eigen gelukbehoefte. Purpose-geluk ontstaat als mensen zich een actief en constructief onderdeel voelen van een groter geheel; als zij hun individuele eigenbelang overstijgen, en het collectieve algemene belang dienen; als zij voor andere mensen en/of in andere mensenlevens een positief verschil maken. Mensen ervaren onder deze omstandigheden zingeving; een – positief – gevoel van diepe verbinding, vervulling en/of voldoening. Ook purpose kent nog een schaduwzijde. Het is namelijk onmogelijk om altijd betekenisvol te zijn. Mensen die hun gelukbeleving te nadrukkelijk baseren op het ervaren van zingeving, ervaren automatisch het tegenovergestelde op betekenisloze momenten: zinloosheid. Zinloosheid stemt mensen ontevreden en ongelukkig. En dus zoeken mensen hun heil (vanzelf) hoger in de penthouse de geluk-piramide.

Essentie van geluks-ervaring: Ik heb een zinvol leven

Prudence

Prudence vertegenwoordigt het hoogste geluk-niveau of de diepste geluk-beleving. Het is een 100% interne, onvoorwaardelijke, onafhankelijke vorm van geluk. Prudence bestaat 100% bij gratie van vaardigheden. Prudence laat zich het best vertalen als realiteitszin; het hoogste geluk-niveau en/of de diepste geluk-beleving bestaat dus bij gratie van maximale realiteitszin. Prudence is het resultaat van een geslaagde zelfverwerkelijking. Mensen die zichzelf volledig weten te verwerkelijken, verwerkelijken het leven. Of eigenlijk; die verwelkomen het leven. Zij verstaan de kunst om in volledige harmonie met het leven te leven. Hun levenstevredenheid is onvermurwbaar. Het maakt niet uit welke gebeurtenissen het leven in de aanbieding heeft; ze worden allemaal even gelijkmoedig en onthecht ontvangen. Alles is goed zoals het is. Geluk wordt niet voor niets als welzijn bestempeld; het is de kunst van het wel zijn. Levenskunst. In spiritualiteit wordt deze opperste geluk-gesteldheid ook wel verlichting, transcendentie of non-dualiteit genoemd.

Essentie van geluks-ervaring: Ik heb een volledig leven

Geluk & De Betekeniseconomie

Alhoewel purpose een kernbegrip is van de Betekeniseconomie, is het een misvatting te denken dat mensen en/of merken momenteel alleen op purpose-gedreven geluk gericht zijn. De Betekeniseconomie speelt zich af op alle niveaus en dimensies van geluk. Elke interventie en elke geluks-progressie wordt gewaardeerd. Er is alleen wel duidelijk sprake van een voortschrijdend – collectief – inzicht inzake de verwachting en werking van (on)geluk. We komen uit een socio-economisch tijdperk waarin vermeerdering van plezier, prestige en passie hoogtij vierden. We weten ondertussen door schade & schande dat dit ons niet perse bestendiger gelukkig heeft gemaakt. Sterker nog; de onvermijdelijke keerzijden die daarbij horen hebben ons ongelukkiger gemaakt. En dus zijn we het geluk momenteel – collectief – steeds nadrukkelijker aan het zoeken in de bestendige, onvoorwaardelijke niveaus en dimensies van geluk.

Bedrijven/Merken & Geluk

In de Betekeniseconomie helpen merken mensen met het bewerkstelligen van geluk-progressie. Dat is waar de Betekeniseconomie in essentie over gaat: welzijn-bewerkstelliging door bedrijven voor mensen. Belangrijk daarbij is dat merken niet in staat zijn om mensen gelukkiger te maken. Dat kan niet. Niet direct. Mensen kunnen alleen zichzelf (on)gelukkig(er) maken. Geluk is immers een puur individuele interpretatie van gebeurtenissen.; van omstandigheden en vaardigheden. Wat merken wel steeds nadrukkelijker kunnen en zullen gaan doen, is mensen helpen met het creëren van constructieve omstandigheden en het leren van constructieve vaardigheden. Merken worden in de Betekeniseconomie – door middel van hun marketing – belangrijke leveranciers van geluk-veroorzakende omstandigheden en vaardigheden. Scheppers van gunstige randvoorwaarden. Daarbij geldt het principe: hoe hoger in de geluk-piramide het initiatief van merken is, des te intensiever de veroorzaakte geluk-beleving van mensen. Hoe intensiever de geluk-beleving van mensen, des te impactvoller – en daarmee waardevoller – het initiatief van merken is. Anders gezegd: merken die geluk-progressie bewerkstelligen door middel van plezierige omstandigheden, zijn veel minder betekenisvol voor mensen dan merken die geluk-progressie door middel van prudente vaardigheden bewerkstelligen. Gemerkte interventies gebaseerd op prudence & purpose zijn daarom de meest impactvolle vormen van betekenismarketing.

13 | 05

Stijg omhoog in de Maslowketen!

Geschreven door: Kees Klomp | 13 - 05 - 2014

In het artikel ‘Zak omlaag in de Maslowketen’ hield marketingadviseur Ingmar de Lange onlangs een warm pleidooi in Tijdschrift voor Marketing voor het creëren van groei middels basale functionaliteit door merken. Volgens Ingmar de Lange kunnen merken veel leren van de manier waarop digitale bedrijven en merken te werk gaan. Die zoeken hun heil niet in het claimen van diepere emoties maar in het creëren van functionele disrupties. In het kader van zijn relaas, stelt De Lange dat fysieke producten eigenlijk zijn uit-ontwikkeld, en dat merken zich daarom moeten focussen op het digitale domein.

Alhoewel ik het hartstochtelijk eens ben met zijn pleidooi voor de herwaardering van het product en zijn observatie dat het vandaag de dag de digitale merken zijn die fundamentele, functionele doorbraken in markten bewerkstelligen, wil ik De Lange hierbij enigszins nuanceren. De praktijk wijst namelijk ook ontegenzeggelijk uit dat fysieke producten allesbehalve zijn uit-ontwikkeld, en dat er is juist volop – lucratieve – eer te behalen bovenin de Maslowketen.

De Betekeniseconomie

Ik schreef eerder de blog Purpose; het marketingwapen van de toekomst. De strekking van mijn verhaal daarin, is dat we de eerste schreden zetten in een nieuw socio-economisch tijdperk dat ik de Betekeniseconomie noem. Hierin gaan bedrijven primair zakelijke waarde creëren door maatschappelijk van betekenis te zijn. Betekenisvol wordt de equivalent van waardevol. Bedrijven gaan steeds nadrukkelijker opereren vanuit een purpose. De purpose draait om de bestaansbasis van het bedrijf voorbij de obligate winstdoelstelling. Zeg maar de zin van het bedrijf; de Why. Dat wat het bedrijf voor mensen en/of de mensheid betekent. Purpose draait om de maatschappelijke verantwoordelijkheid en betrokkenheid van bedrijven; om het relevante bijdragen van bedrijven aan urgente sociale en/of ecologische issues. Dit duurzame, dienstbare doel van het bedrijf wordt in de allerhoogste regionen van de Maslowpiramide gevonden. Het hogere doel van bedrijven bestaat namelijk bij gratie van herkenning van de diepste – meest wezenlijke – menselijke emoties en drijfveren; purpose bestaat bij gratie van het vermogen van bedrijven om van mens(en) tot mens(en) te kunnen opereren. Purpose is in essentie (zelf)verwerkelijking in de business-context.

Ethische Kwaliteit

De Betekeniseconomie en het daarbij horende purpose-denken-en-doen zorgt voor de opkomst van een fundamenteel nieuwe waarde-positie in de markt en een volledig nieuwe vorm van kwaliteit; ethische kwaliteit. Ethische kwaliteit draait om de manier waarop bedrijven te werk gaan; de manier waarop producten geproduceerd en geconsumeerd worden. Ethische kwaliteit draait om de maatschappelijke relevantie en urgentie van producten; dat wat producten sociaal en/of ecologisch betekenen. De ethische invalshoek zorgt voor de opkomst van een nieuwe categorie kwaliteitsproducten, van een nieuwe categorie premium merken. Een purpose product heeft niet langer perse alleen intrinsiek een goede kwaliteit, maar vertegenwoordigt vooral een positieve, maatschappelijke impact. Het gaat niet om gemakkelijker, sneller of goedkoper, maar om betekenisvoller, beter. Een purpose merk is niet aantrekkelijk door de emotie die het vertegenwoordigt, maar door het maatschappelijke verschil dat het maakt. Het purpose merk staat en gaat ergens voor. Het gaat in de Betekeniseconomie – kortom – niet langer om functie en/of emotie, maar om transformatie. Transformatie is de evolutie van functie en emotie. Het transformationele overstijgt het functionele, product-intrinsieke en het emotionele, merk-imago.

Purpose-producten; maatschappelijk-betekenisvolle producten

Omdat purpose bedrijven de kans geeft om het heilloze afglijden richting prijsvechter-schap te beëindigen en een hernieuwde, stevige positie in nemen op basis van ethisch kwaliteit, is er in vele traditionele markten van fysieke producten momenteel de laatste jaren juist een enorme levendigheid te bespeuren. Het ontdekken van de diepere drijfveren en hogere doelen, en de intentie om maatschappelijk een constructieve stempel te drukken, zorgt voor een enorme hoeveelheid transformationele innovaties. Het barst daarom juist van de ontwikkelingen in fysieke producten. In allerlei verschillende conventionele markten. Naast het voorbeeld van de nieuwerwetse purpose-spelers in de koffiemarkt die ik in mijn eerdere blog gebruikte, kunnen we bijvoorbeeld denken aan de automarkt. De behoefte aan een ecologisch verantwoordelijkere auto’s heeft grote gevolgen gehad. Zo is er een ware explosie geweest in kleine, hyperzuinige modellen. En zo is er een – nieuw – hybride en elektrisch segment ontstaan. De elektrische auto heeft volledig nieuwe spelers geïntroduceerd (bijvoorbeeld Tesla), en heeft bestaande merken een enorme boost gegeven (bijvoorbeeld Toyota Prius). Of neem de chocolade-markt. De behoefte aan ethische kwaliteit heeft voor een vermainstreaming van fairtrade gezorgd; eerlijke cacao is de norm geworden. Ook heeft het voor nieuwe spelers gezorgd die niet meer weg te denken vallen uit het chocolade-schap.(bijvoorbeeld TonyChocolonely). In de watermarkt zijn expliciet sociale spelers als Stella-Maris, Well, Earth een vaste waarde geworden. Of denk aan een succesvol bedrijf/merk als TOMS wat de internationale schoenenmarkt heeft verrijkt en verdiept met een expliciet sociaal-geëngageerde schoen. Maar denk ook aan de energiemarkt. Groene stroom is niet meer weg te denken in het aanbod van energieleveranciers. Evenals de nieuwe, expliciet ethische initiatieven als Greenchoice, Zeekracht en/of Van de Bron. En dan de bancaire sector. Je kunt onmogelijk stellen dat expliciet ethische bedrijven als Triodos en ASN Bank geen ingrijpende ontwikkeling teweeg hebben gebracht in het bancaire landschap. Of denk aan de tapijtmarkt waar bedrijven als Desso en Interface het C2C-gedachtegoed met veel succes hebben geïntroduceerd en geëxploiteerd, en daarmee een volledig nieuwe dimensie aan de markt hebben toegevoegd. Een vergelijkbare situatie als in de schoonmaakmiddelen-branche, waar spelers als Ecover en Seventh Generation de markt middels ecologisch-ethische producten ingrijpend hebben veranderd. Of wat te denken van het Nederlandse supermarktlandschap, dat met de winkels van Ekoplaza, Landmarkt en Marqt is verrijkt?! En zo kan ik nog lang doorgaan; er zijn namelijk vele, vele voorbeelden van vele ethische fysieke producten en evenveel markten.

Kortom; merken kunnen – zoals Ingmar de Lange stelt – groeien middels basale functionaliteiten, en daarbij kunnen we veel leren van de werkwijze van digitale merken. Maar merken kunnen ook groei realiseren middels transformationele innovatie; waarbij we veel kunnen leren van de expliciet sociale en/of ecologisch geëngageerde merken.